maandag 28 november 2011

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan

Claudia Rumondor, componiste en docente, een combinatie die nog niet zo vaak voorkomt, vertelt in deze gastles over haar nog korte, maar succesvolle, carriere. Al op de middelbare school werd ze door het Nederlands Blazers Ensemble geselecteerd om een muziekstuk te schrijven. In 1999 schrijft ze hiervoor het stuk 'Chris', over haar broertje die het syndroom van Down en autisme heeft. Zelf speelt ze voor dit stuk op de harp, een instrument waar ze al sinds haar zevende op speelt.
In april 1999 komt ze in de jong talenten klas van het conservatorium van Amsterdam. Hier krijgt ze haar eerste compositielessen. In 2005 wordt ze voor een internationaal festival voor vocale muziek gevraagd een stuk te schrijven, geinspireerd op het Ave Dulcissimo Maria van Carlo Gesualdo. Dit wordt het stuk Flos Virginum (flower of all virgins). Ze gebruikt hiervoor dezelfde akkoorden als in het oorspronkelijke werk, maar verandert de volgorde. De tekst loopt gewoon door. Het stuk doet mij denken aan het gezang van een katholiek kerkkoor. Mooi, mysterieus en lichtelijk dramatisch.
Naast haar studie musicologie, heeft Claudia filmwetenschappen gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Met de intentie om filmmuziek te componeren. Voor deze studie heeft ze een scriptie geschreven over de functie van de muziek van Mozart in de film Amadeus. Ze laat een mooi fragment zien, waarin Salieri een muziekstuk beschrijft, terwijl deze tegelijkertijd wordt gespeeld.
In 2008 wordt ze benadert door het Zaans Museum om voor het Verkade Paviljoen een muziekstuk te schrijven. Hiervoor heeft ze opnames gemaakt van de geluiden in de Verkade fabriek, want, zegt Claudia, je kan overal muziek uithalen. Het ligt er alleen aan hoe je luistert. De onderliggende toon van de fabrieksgeluiden komt overeen met noot d. Op deze noot heeft Claudia haar muziekstukken voor het Verkade paviljoen gebaseerd. Het stuk heet 'een koekje van eigen deeg' en wordt uitgevoerd door het Berlage Saxophone Quartet. Het stuk is onderverdeeld in diverse 'koekjes', nl tarwebiscuit puur, knappertjes, cafe noir en maria. Ieder met hun eigen geluid.
Claudia's ouders zijn afkomstig uit Indonesie. Het meest kenmerkende instrument van Indonesie is de gamelan.  Na een periode van 10 jaar weerzin tegen dit instrument (te complex, geen mooi geluid) heeft Claudia, voor haar masterexamen, samengewerkt met het Nieuw Ensemble. Ze schrijft het stuk Tenaga Dalam (innerlijke kracht), gebaseerd op de ritmische principes en vorm van de Indonesische gamelan, uitgevoerd door Westerse instrumenten.
Eigenlijk kent ze de gamelan nog niet echt goed, vandaar dat ze meedoet aan een muziekproject met Indonesische muziek. Hierin leert ze te spelen op de gamelan. En vindt ze het nog leuk ook: bloed kruipt waar het niet gaan kan... Voor het gamelan orkest schrijft ze het stuk Silat, de kikker, de arend en de roos. Gebaseerd op de ritmes die we met de hele groep geoefend hebben (kreeg je het ook nog even een beetje warm van!)

Claudia geeft tegenwoordig compositieles. Ze vindt het een belangrijk vak en wil dat het niet alleen op het conservatorium, maar ook op de muziekschool aangeboden wordt. Daarom heeft ze een methode geschreven die gebruikt kan worden voor compositielessen.

Omdat Claudia zich regelmatig afvraagt waarom ze zich met kunst bezighoudt in plaats van levens redt (een relevante vraag, volgens mij) is ze erg blij met haar bijdrage aan het project ' Muziek maakt school'. Op 4 basisscholen, in Culemborg krijgen kinderen muziekles, oa op de gamelan. Ze hebben oa opgetreden in het Zaantheater (trommelen op rommel) en op Kunsteiland.

1 opmerking: