woensdag 12 oktober 2011

Daar ben je!

Spiegels danken hun inzicht aan het vermogen om te reflecteren en de persoon die voor ze staat tot reflectie te brengen. Manet's schilderijen zijn een soort spiegels, waarbij het met name gaat om de blik.Het contact met het schilderij. Het gevoel dat het schilderij bij je oproept. Het verhaal. De sensatie. Het delen van je gevoel. Het schilderij is niet langer een verbeelding van het verleden, maar ook van het heden, van de toekomst. Het eerste of echte onderwerp van het schilderij is de aanwezigheid van de kijker voor het schilderij. Het schilderij 'weet' dat het bekeken wordt en laat dat weten aan degene die ernaar kijkt. Zoals in het schilderij 'de verraste nimf'; zij kijkt ons aan, zij weet dat wij daar staan. Wij zijn de voyeurs, aldus Duve. Of in 'Olympia', waarin wij met een zelfverzekerde blik worden aangekeken. Een blik die gelijkwaardigheid uitstraalt. Een zelfverzekerdheid die aangeeft dat zij in niets voor ons onderdoet. Het barmeisje uit 'Un Bar aux Folies-Bergere'. Ze bloost. Maar waarom? Komt dit door ons? Of door de man met de hoed, te zien in de spiegel achter de bar. Wat is het verhaal?

Duve vergelijkt het figuratieve werk van Manet met het abstracte werk van Ryman. Beiden zijn in zekere zin modernistische schilders, omdat het in hun werk gaat om de relatie tussen de schilder en het doek, en later de kijker en het doek, waarbij het effect dat het schilderij heeft, 'de derde persoon', wegvalt. Het gaat om schilderkunst in de tweede persoon. De schilder in actie richt zich niet tot zijn publiek, maar tot zijn doek. Het afgewerkte schilderij richt zich tot de kijker.

De definitie van schilderkunst in de derde persoon is, volgens Picasso, het illusionisme zonder het opheffen van ongeloof. Het schilderij, de schilder en het model vormen een driehoek. Picasso laat het niet aan het publiek over om zijn schilderijen te interpreteren.

In het jaar 1912-1913 verdwijnt de menselijke figuur uit het schilderij. Mondriaan is een van de belangrijke schilders uit deze periode. Mondriaan werd geinspireerd door het kubisme van Picasso en Braque. Het grootste verschil tussen hen en Mondriaan ligt in de benadering van de ruimte, samengesteld uit vlakken, gescheiden door lijnen. Mondriaan drukt zichzelf niet uit. Hij schildert niet in de eerste, maar in de tweede persoon. Er is geen onderscheid meer tussen figuur en achtergrond. Het 'faciale', het 'gezichtelijke' heft die tegenstelling op. Het ware oog in oog maakt elk contrast, elke hiĆ«rarchische ordening van figuur en achtergrond, onmogelijk. Daarom kan schilderkunst in de tweede persoon niet bestaan zonder het opheffen van die tegenstelling.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten